Overzicht documenten op trefwoord

294  documenten gevonden op trefwoord IND
U hebt echter geen volledige toegang. Vraag een (proef)account aan.
alles IN-/ UIT- klappen
1. ve18001093 2018-05-04, WBV 2018/2 - Wijziging B1-B4, B6, B7 - implementatie van Richtlijn (EU) 2016/801
Op 15 mei 2018 in de Staatscourant (nr. 26337) gepubliceerd wijzigingsbesluit Vc 2000 waarbij ter implementatie van Richtlijn 2016/801 (ve16001252) o.m. het volgende wordt gewijzigd:
B1/6.2.1 (Hoofdverblijf) Onder het kopje 'ad b.´ is een nieuw onderdeel b ingevoegd inhoudende dat het hoofdverblijf van een student niet is verplaatst indien deze gebruik heeft gemaakt van diens recht op mobiliteit binnen de EU en zich in dit kader heeft uitgeschreven uit de BRP. Er is een nieuw onderdeel h ingelast voor de nieuwe situatie waarin mobiliteit voor de onderzoeker binnen de EU wordt geïntroduceerd.
B2/4.4 (Europees Vrijwilligerswerk) Voor de verblijfsvergunning vanwege Europees Vrijwilligerswerk moet tussen de vrijwilliger en de erkende uitwisselingsorganisatie een ovk worden gesloten. Deze ondertekende ovk, waarin de van belang zijnde onderdelen als genoemd in art. 3.24 lid 5 VV zijn opgenomen, wordt beschouwd als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling voldoet aan de voorwaarde a.b.i. art. 3.43 lid 4 Vb 2000.
B3/2.1 (Hoger onderwijs) Het wordt eenvoudiger voor studenten om onderdelen van de studie in meerdere lidstaten te volgen nadat zij door de eerste lidstaat zijn toegelaten tot het grondgebied van de EU. Mobiliteit is slechts mogelijk als er een specifiek uniaal of multilateriaal programma of een ovk tussen twee of meer hoger onderwijsinstellingen aan ten grondslag ligt. Ook is uiteengezet hoe de kennisgevingsprocedure is ingericht bij de mobiliteit van studenten.
B3/3 (Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur) Uitgaande mobiliteit binnen de EU voor studenten wordt gerealiseerd met de toevoeging 'Studie, mobiliteit cf. aanvullend document'. Op het aanvullende document wordt exact het uniale of multilaterale programma of de ovk tussen twee of meer instelingen voor hoger onderwijs opgenomen. Verder is aangegeven dat de student i.h.k.v. inkomende mobiliteit werkzaamheden mag verrichten, wanneer een TWV is vereist en wat nodig is voor de afgifte van de TWV.
► B3/5 (Bewijsmiddelen) Bevat een overzicht van de bewijsmiddelen die aanwezig moeten zijn bij de beoordeling van een kennisgeving bij inkomende studentenmobiliteit. Machtigt de student de hoger onderwijsinstelling, dan mag deze werken met eigen verklaringen doordat de instelling al erkend is door de IND. Dient de student zelf de kennisgeving in, dan is hij gehouden alle bewijsmiddelen met het indienen van de kennsigeving mee te zenden. Hierbij is aangegeven wanneer de IND geen mobiliteit verleent aan de student en gelet op welke termijn zoals gegeven in de Richtlijn. De score bij de verklaring van IELTS is gewijzigd van 5.0 in 4.5 bij 'inkomende mobiliteit mbo 4'. Deze aanpassing is eerder niet meegegaan in WBV 2018/1 (ve18000739).
B4/2.3 (Bewijsmiddelen) Ook hoger opgeleide derdelanders die ten hoogste twee jaar voor de aanvraag van de vergunning zijn afgestudeerd, komen in aanmerking voor een verblijfsvergunning als stagiair. Een door de bevoegde autoriteiten gewaarmerkt afschrift van het diploma voor hoger onderwijs wordt als bewijsmiddel beschouwd waaruit moet blijken dat de vreemdeling op het moment van de aanvraag niet langer dan twee jaar geleden is afgestudeerd.
B6/2.4 (Onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801) Hierin zijn de kortermijnmobiliteit (max. 180 dagen in een periode van 360 dagen) en langetermijnmobiliteit (langer dan 180 dagen) binnen de EU voor onderzoekers en diens gezinsleden geïntroduceerd.
B6/3.1.3 (Onderzoek in in de zin van richtlijn (EU) 2016/801) O.g.v. art. 3.4 lid 1, aanhef en onder i, Vb 2000 verleent de IND een VVR bepaalde tijd, onder de beperking 'Onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801'. O.g.v. art. 3.103a lid 6 Vb 2000 vermeldt de IND aanvullend op het verblijfsdocument 'Onderzoekersmobiliteit'.
B6/3.2.3 (Onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801) Het gezinslid van de onderzoeker i.h.k.v. inkomende langetermijnmobiliteit mag werkzaamheden verrichten; arbeid is vrij toegestaan en een TWV is niet vereist.
B6/3.3.3 (Onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801) Hierin is uiteengezet wanneer verlenging van inkomende langetermijnmobiliteit van de onderzoeker en diens gezinsleden mogelijk is en hoe dit te realiseren.
B6/4.4 (Onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801) Overzicht van de bewijsmiddelen die aanwezig moeten zijn bij de beoordeling van een kennisgeving en aanvraag bij inkomende mobiliteit van onderzoekers. Machtigt de onderzoeker de onderzoeksinstelling, dan mag deze werken met eigen verklaringen doordat de instelling al erkend is door de IND. Dient de onderzoeker zelf de kennisgeving in, dan is hij gehouden alle bewijsmiddelen met het indienen van de kennisgeving mee te zenden.
B7/4 (Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur) Hierin is uiteengezet wanneer de IND d.m.v. een verblijfsvergunning inkomende langetermijnmobiliteit verleent aan de gezinsleden van de onderzoeker en dat bij de geldigheidsduur hiervan rekening wordt gehouden met het verblijfsrecht van de onderzoeker in Nederland.
Inwerkingtreding: 23 mei 2018.
--- Zie 'extra bestand' voor rectificatie (Stcrt. 2018, 26337-n1) van Artikel II van het besluit.
  Plaatsing: 17-05-2018 (Regelgeving nationaal)
 Kenmerk: WBV 2018/2
  Open / download bestand  (1474 kB)
geen plaatje??   Stcrt. 26337-n1 (rectificatie) (110 kB)
 
naar boven
2. ve18000912 2018-04-30, Rapportage Vreemdelingenketen periode januari-december 2017
Deze rapportage beschrijft de resultaten van de vreemdelingenketen in 2017 in vergelijking met het voorgaande jaar (ve17000677).
Werk, studie en gezin
-- TEV-aanvragen: 51.410 ingediend (3% toename); 54.560 afgehandeld (21% toename). Aanvragen zijn vnl. ingediend voor studie (12.460), kennis en talent (11.850) en familie en gezin (23.720). 84% van de afgehandelde aanvragen in de TEV-procedure werd ingewilligd. Op 85% van de aanvragen werd beslist binnen de wettelijke termijn.
-- VVR-aanvragen: 25.250 ingediend (7% toename); 25.080 afgehandeld (7% toename). Aanvragen zijn vnl. ingediend voor uitwisseling (2.070), studie (4.850), kennis en talent (4.790) en familie en gezin (11.640). 87% van de afgehandelde aanvragen in de VVR-procedure werd ingewiligd. Op 94% van de aanvragen werd beslist binnen de wettelijke termijn.
-- EU-documenten: 4.760 aanvragen (56% toename); 3.850 afgehandeld (24% toename). Op 91% van de aanvragen werd beslist binnen de wettelijke termijn.
-- Visum kort verblijf: 621.590 aanvragen (11% toename). Een visum kort verblijf werd het meest aangevraagd Indiërs, gevolgd door Turken, Chinezen en Russen.
-- Definitieve regeling landurig verblijvende kinderen: 100 aanvragen; 140 afgehandeld; 10 ingewilligd in eerste aanleg en bezwaar.
-- Discretionaire bevoegdheid: 120 verleende vergunningen (9% afname).
Asiel
-- Aanvragen: 35.030 (4% toename), waarvan 14.720 eerste aanvragen (19% afname) en 14.490 nareizigers (23% toename). Het inwilligingspercentage bij eerste aanvragen was 31%.
-- 2.280 hervestigde vluchtelingen, waarvan 150 uit Turkije. 1.430 vluchtelingen werden herplaatst vanuit Griekenland en Italië.
-- Opvang: 39.190 instroom (9% toename); 20.960 bezetting  (22% afname), waarvan 590 AMV's (52% afname).
-- Aantal verhuisbewegingen van minderjarige kinderen die onderdeel zijn van een gezin: 3.260 (7% afname), waarvan 1.220 op eigen verzoek.
Toegang / grensbewaking
-- 3.230 personen werd de toegang geweigerd (gelijk gebleven). 2.450 personen zijn direct teruggereisd (15% afname) en 820 personen hebben een asielaanvraag ingediend (70% toename).
Toezicht op legaal verblijf
-- MTV (nabij binnengrenzen Schengengebied): 149.230 persoonscontroles (38% afname); 760 aangetroffen personen zonder rechtmatig verblijf (40% afname).
-- Binnenlands vreemdelingentoezicht: 1.120 objectgerichte controles (23% afname); 2.650 persoonsgerichte controle (12% afname).
-- Vreemdelingenbewaring: 3.180 instroom (24% toename); 50 instroom AMV's (77% toename); bezetting van 390 (18% toename).
Vertrek
Ketenbreed (DT&V, IOM, zelfstandig): 20.770 personen zijn vertrokken (17% afname), waarvan 5.990 gedwongen (7% afname), 2.820 zelfstandig onder toezicht (57% afname) en 11.960 zelfstandig zonder toezicht (gelijk gebleven).
  Plaatsing: 30-04-2018 (Artikel / publicatie)
 Kenmerk:
  Open / download bestand  (1444 kB)
 
naar boven
3. ve18001097 2018-04-26, VV 2000 - 155e wijziging - Implementatie van Richtlijn (EU) 2016/801
Op 16 mei 2018 in de Staatscourant (nr. 26646) gepubliceerde Regeling houdende de 155e wijziging van het VV 2000 i.v.m. implementatie van Richtlijn (EU) 2016/801 (ve16001252). O.a. de volgende wijzigingen zijn doorgevoerd:
Art. 3.20d In dit artikel zijn de vereisten opgenomen waaraan de tussen referent en onderzoeker gesloten gastovereenkomst moet voldoen.
Art. 3.24 Opname van de vereisten aan de overeenkomst tussen de vrijwilliger en de referent.
Art. 4.20 De erkend referent die betrokken is bij de student wordt verplicht de uitgaande mobiliteit te melden aan de IND. Bij inkomende mobiliteit wordt de erkend referent in staat gesteld o.g.v. een machtiging de inkomende mobiliteit te melden aan de IND. De informatieverplichting i.h.k.v. uitgaande mobiliteit houdt verband met de verplichting tot inschrijving in en uitschrijving uit de BRP (zie artt. 2.38 en 2.43 Wet brp). Indien gemachtigd door de student, kan de onderwijsinstelling dezelfde bescheiden en gegevens overleggen als die zij anders in de hoedanigheid van erkend referent overlegt t.b.v. de verblijfsvergunning van een vreemdeling. Bij inkomende mobiliteit is de vermelding van het programma onder welke de student in Nederland wil verblijven noodzakelijk, omdat het onder een programma vallen voorwaarde is voor gebruikmaking van de mobiliteit.
Art. 4.24 Om dezelfde redenen als die voor de informatieplicht i.h.k.v. studenten, wordt deze verplichting in het eerste lid eveneens ingevoerd voor erkend referenten van onderzoekers. De verplichting geldt zowel voor de kortetermijnmobiliteit als voor de langetermijnmobiliteit. De aanmelding van inkomende mobiliteit van onderzoekers gaat alleen op voor kortetermijnmobiliteit, omdat de onderzoeker voor langetermijnmobiliteit een vergunningaanvraag moet indienen en daarmee dus niet o.b.v. de vrije termijn in Nederland zal verblijven.
Artt. 4.28, 4.33 en 4.36 In deze artikelen zijn de administratie- en bewaarplicht nader uitgewerkt.
De verplichte structurele gegevensuitwisseling met andere EU-lidstaten (waaronder de inrichting van het National Contact Point binnen de IND) gaat zeker leiden tot extra administratieve lasten; de omvang hiervan is sterk afhankelijk van de mate waarin EU-lidstaten de informatie-uitwisseling kunnen standaardiseren.
Inwerkingtreding: 23 mei 2018.
  Plaatsing: 17-05-2018 (Regelgeving nationaal)
 Kenmerk: 2255930
  Open / download bestand  (460 kB)
 
naar boven
4. ve18000851 2018-04-09, Vb 2000, Besluit inburgering, Besluit uitvoering Wav en BUB volksverzekeringen - Wijziging i.v.m. de implementatie van Richtlijn (EU) 2016/801, Stb. 2018, 107
Op 19 april 2018 in het Staatsblad (nr. 107) gepubliceerd Besluit tot wijziging van het Vb 2000 en enige andere besluiten i.v.m. de implementatie van Richtlijn (EU) 2016/801 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van derdelanders met het oog op onderzoek, studie, stages, vrijwilligerswerk, scholierenuitwisseling, educatieve projecten of au-pairactiviteiten (ve16001252).
► De facultatieve bepalingen uit de richtlijn zijn niet gebruikt, tenzij een bepaling aansluit bij de bestaande regelgeving (zie ook de transponeringstabel). Van betekenis zijn m.n. de twee nieuwe vormen van mobiliteit: kortetermijnmobiliteit van onderzoekers (max. 180 dgn, art. 28 van de richtlijn en art. 3.3 lid 4 Vb 2000) en mobiliteit van studenten (max. 360 dgn, art. 31 van de richtlijn en art. 3.3 lid 5 Vb 2000).
► De vreemdeling die gebruik maakt van de nieuwe vormen van mobiliteit heeft rechtmatig verblijf o.g.v. art. 8 onder i Vw 2000 en de voorwaarden van art. 12 Vw 2000 zijn van toepassing. Tijdens de vrije termijn verschaft de IND desgevraagd aan de vreemdeling een document waaruit het rechtmatig verblijf blijkt of een schriftelijke verklaring (zie artt. 28 lid 10 en 31 lid 10 van de richtlijn). Een verblijfsvergunning kan volgens de richtlijn niet worden afgegeven en in plaats daarvan is vereist dat de onderzoeker, zijn familielid of de student zich aanmeldt o.g.v. art. 4.47 Vb 2000. De vreemdeling kan zijn erkende referent machtigen om zich te laten aanmelden (art. 4.47 lid 4 Vb 2000).
► In art. 1h lid 2 en 3 BuWav is een tweetal nieuwe vrijstellingen op het verbod uit art. 2 Wav opgenomen, nl. voor kortetermijnmobiliteit van onderzoekers en voor onderzoekers tijdens de aanvraagprocedure voor langetermijnmobiliteit.
► Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999: het huidige art. 20 lid 1, onderdeel a bepaalt dat tijdelijk in Nederland studerenden die verblijf houden o.g.v. een verblijfsvergunning voor bep. tijd a.b.i. art. 14 Vw 2000, niet verzekerd zijn voor de AOW, ANW, AKW en de WIz. Uit art. 22 lid 3 van de richtlijn blijkt dat als een student werkt of ten minste zes maanden heeft gewerkt en als werkloos staat geregistreerd, hij gelijk moet worden behandeld voor de sociale zekerheid als onderdanen van de lidstaat waar hij verblijft. Met de onderhavige wijziging is dit geregeld voor deze gevallen (zie ook het schema op p. 18 van het implementatiebesluit).
► In het Besluit inburgering wordt alleen een technische wijziging aangebracht i.v.m. het vervangen van de richtlijnen.
Inwerkingtreding: 23 mei 2018.
  Plaatsing: 20-04-2018 (Regelgeving nationaal)
 Kenmerk: Stb. 2018, 107
  Open / download bestand  (264 kB)
 
naar boven

Er zijn mogelijk meer resulaten. U hebt echter geen volledige toegang. Vraag een (proef)account aan.
[naar boven]